Wetjo-woordenboek

Wetjo-woordenboek II
Lang, lang geleden, vóór Twitter in ieder geval, schreef ik voor de wetenschapsjournalistenclub VWN een zogenaamd wetenschapsjournalistiek woordenboek, een woordspelige opsomming van herkenbare vakdingen waar een woord voor zou moeten bestaan (en soms ook werkelijk bestond).
Deze lijst, zwaar geïnspireerd op The Meaning of Liff van Douglas Adams en Kunt U Breukelen? van Justus van Oel, werd weer opgerakeld toen Marten van der Meulen op Twitter vroeg naar een woord voor de angst om je primeur door te prikken. ‘Primeurterreur’, verzon en tweette ik, en dat vond hij en ik zelf ook best een goeie. Dus hierbij de rest van het wetjo-woordenboek.

Ankertje
Soms moet je in een artikel even vooruitverwijzen naar iets wat je verderop, of in een ander artikel, veel groter beschrijft of zou beschrijven. Ter voorkoming van Spaghetti-alinea’s (zie aldaar)

Diagneurose
De vermoeiende neiging van sommige medici om beroemde personen met terugwerkende kracht een exotisch ziektebeeld op te dringen, op basis van gebrekkige biografische details: Einstein had Asperger-syndroom, Newton leed aan kwikvergiftiging (en trouwens ook Asperger), Picasso schilderde migraine-aura’s, Modigliani had een oogafwijking, Vincent van Gogh schilderde felle kleuren door de Absinth die hij dronk. Ook wel: de vermoeiende neiging van de pers om dit soort verhalen op te pikken.

Doorbraakneiging
De vreemde belangenverstrengeling die wetenschap- en techniekschrijvers hebben met hun onderwerpen. Terwijl financieel journalisten bedrijfsresultaten afkammen, en recensenten toneelstukken de grond inboren, zijn wetenschapsstukken, vooral die over één uitvinding of ontdekking, nogal eens vanzelfsprekend positief.
Helemaal de eigen schuld van wetenschapsjournalisten is dat niet: het belang van de ontdekking is ook het belang van je verhaal, dus hoe kritischer je over een erover schrijft, hoe minder reden er eigenlijk is om het verhaal te brengen. Dus ga je de kritische
punten niet overdrijven, zeker niet als je freelancer bent.
Doorbraakneiging is eventueel laffig tegen te gaan met een ‘von Däniken-alinea’s’ (ziedaar). Beter zou de invoering van de ‘kapotcheckfooi’ (ziedaar) zijn.

Foutgmist
De als een mist opkomende blindheid voor je eigen taal-, spel- en constructiefouten als je je eigen stuk al twintig keer gelezen en herzien hebt, en je niet ziet dat een woord er dubbel in staat staat.

Hallelujavrees
De knagende zelftwijfel als een voorlichter of bestuurder jou -toch een kritisch en onafhankelijk journalist- complimenteert met een ‘hartstikke leuk stuk’.

Inzachaos
Het gedoe, de wrevel en woede die aan beide kanten ontstaat als je hebt beloofd om een stuk nog even voor te leggen (‘ter controle van feitelijke onjuistheden’) aan drie mensen, die dan allemaal niet telefonisch bereikbaar blijken te zijn, een paar uur voor de deadline.
Veel later sturen ze wel een eigen ‘verbeterde’ versie van het stuk vol afschuwelijke ambtelijke volzinnen, ongevraagde details die er nog wel even in moeten en dwingende suggesties om ook de andere onderzoekers en subsidiegevers nog even te noemen.

Inzagitis
De Nederlandse cultus van terinzagelegging van artikelen aan iedereen die er ook maar in de verste verte mee te maken heeft, met alle bijkomende gedonder (‘Inzachaos’). Iedere geïnterviewde, hoofd van de afdeling of in de verte betrokken voorlichter verwacht dat hij het stuk ‘nog wel even mag zien’, of krijgt het vanzelf doorgestuurd, en stuurt je een track changes terug waarin het stuk volledig herschreven is. En dan mag jij gaan uitleggen waarom je die veranderingen niet meeneemt.

Kapotcheckfooi
Vertaling van de angelsaksische ‘kill fee’. Het bedrag dat je krijgt als je een op zich aantrekkelijk en plausibel verhaal kapotgecheckt (bestaand jargon!) hebt. Sommige Engelstalige bladen betalen de helft.
Zo voorkom je dat mensen riskante verhalen mijden of door de mand gevallen verhalen doodleuk opschrijven en alsnog verkopen.
In Nederland krijg je, als je meldt dat een verhaal kapotgecheckt is, een schouderklopje. (Naschrift: dit is lijkt me tien jaar later wel de meest achterhaalde term uit. Mijn stellige indruk is dat angelsaksische tarieven harder gekelderd zijn dan de onze, maar hoe het de eerzame gewoonte van de kill fee staat weet ik eerlijk gezegd niet)

Laagpitter
Een nieuwswaardige gebeurtenis die wel aangekondigd is, maar eigenlijk nog een verhaal moet worden. (‘Onderzoekgroep verzint revolutionaire vliegende auto, zou volgend jaar moeten vliegen’). Volgend jaar zeggen ze hetzelfde.
Opties: laten vallen of opsparen op lijstje en in de gaten houden. Deze bezigheid (‘laagpitten’) vergt bellen, geduld met uitstel, veranderende plannen,  teleurstellend uitgepakte proeven, opdrogende financiering, vetes tussen onderzoekers, en persvoorlichters die ‘de hele communicatie met de pers gaan stroomlijnen’ en je op een lijst zetten waar je niet op blijkt te staan als het zover is en je je onderwerp in de krant terugvindt.

Leesvrees
De bizarre en onredelijke achteraf-plankenvrees die het (sommige) journalisten belet om hun net gepubliceerde stuk in de krant te bekijken, en soms zelfs met een wijde boog om die krant heen te lopen. Als er nu een blunder in staat is er niets meer aan te doen. Houdt bij sommige journalisten wel tot vijf jaar na publicatie aan.

Masturbactualiteit
‘Als ik u ga vertellen dat elektrische auto’s het helemaal zijn,  dan schrijft u dat op, en dan lezen anderen het, en die zeggen het ook. Met zijn allen zijn we dan bezig het zo te maken.’
Dat zei me deskundige van de TU Delft (vóór elektrische auto’s het helemaal waren). Ik ben niet van de ‘techniek en wetenschap is een sociaal construct’-school, maar hij heeft natuurlijk wel een punt. Hoe vaak worden noodzaak en actualiteit van artikelen niet aangetoond met een deskundige die zegt dat X ‘in opkomst is’, ‘in de belangstelling staat’, of -de ergste- ‘hot is’. Zonder al te veel verdere onderbouwing (die dus ook zou kunnen zijn: ‘het staat duidelijk in de belangstelling, want anders zouden journalisten zoals u me er niet over bellen’).

Primeurterreur
Je vindt een heel leuk, ingenieus, interessant onderwerp en het blijkt ook nog eens nieuw. Relevante, betrouwbare mensen willen erover praten en hebben trouwens en volgende maand een uitstekende nieuwsaanleiding. Dan bespringt de twijfel je: dit is zó leuk, dit heeft vast iemand al eens gehad. Je googlet en speurt krantendatabases af. Niets, goddank. Maar misschien met dat andere zoekwoord.. die angst dat je tóch niet de eerste bent, dat het tóch al lang gedaan is, dat is de primeurterreur.

Quootje-strootje (bestaat echt)
Je kunt een interview uittikken als full quote,  een lang citaat van de geïnterviewde, die het 100 % zeker nooit zo gezegd heeft. Of je kunt citaten afwisselen met stukjes eigen tekst of parafrasen, niet tussen aanhalingstekens. Eigenlijk is dat laatste het gewoonste, maar laatst hoorde ik er toch een fijne jargonterm voor: ‘quootje-strootje’. Waar het ‘strootje’ vandaan komt is mij een raadsel, misschien van ‘strofe’, al klinkt dat nogal vergezocht. Maar het bekt lekker.

Spaghetti-tekst
Je begint een fiks artikel te schrijven over een ingewikkeld onderwerp, met heel veel deelonderwerpen, die allemaal met elkaar te maken hebben, dus je kunt het een niet noemen zonder het andere ook al even genoemd te hebben. Wat je dan krijgt is spaghettitekst, een dikke, onontwarbare kluwen van zinnen en onderwerpen die net zo smakelijk zijn als een homp pasta die te lang in de pan is blijven staan.
Een oplossing: ankertjes (ziedaar), maar vooral: nadenken over de opbouw en schrappen wat weg kan.

Von-Däniken-alinea
Van een stuk over een geniale maar overduidelijk onzinnige uitvinding of ontdekking: de laatste alinea met een obligaat opgevoerde onafhankelijke deskundige die het hele verhaal voor de goede verstaander beleefd maar subiet de grond in boort. Komt nogal eens voor bij de wildere berichten in New Scientist en talloze flutwetenschapsnieuwssites.

Wetjo
Omdat het woord ‘wetenschapsjournalist’ lang en pretentieus en topzwaar klinkt, hadden we het bij de VWN over wetjo’s, naar analogie van camjo (journalist plus camera). Is in bepaalde kringen wel een beetje aangeslagen, maar de echte doorbraak moet nog komen.

Bruno van Wayenburg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Related Posts