Oleg Ivanovski was ingenieur van de ruimterace

Dit interview met Oleg Ivanovski, de hoofdingenieur van de Spoetnik, de eerste kunstaman, verscheen op 29 september 2007,  bijna vijftig jaar na de lancering in 1957. Ivanovski was ook de ingenieur die Joeri Gagarin begeleidde naar zijn Vostok-1. Joelia Kovaleva van ESA Moskou heeft met met Ivanovski in contact gebracht

Oleg Ivanovski was ingenieur van de ruimterace

Oleg Ivanovski was hoofdontwerper van de vroege Russische ruimtevaartuigen.

© Text: Bruno van Wayenburg, Photo’s: Kristina Sazonova/

Nooit heeft Oleg Ivanovski het zien aankomen: de enorme indruk die zijn PS-1, ook bekend als Spoetnik, maakte bij zijn lancering op 4 oktober 1957, vijftig jaar geleden. Ik had niet het idee O, o, wat is dit bijzonder, en een ruimtefanaat was ik ook niet, zegt de ingenieur die de bouw, het testen en de lancering van de allereerste satelliet leidde. Het was gewoon ons werk. Weer een bestelling die onze organisatie kreeg, vertelt de ruimtevaartveteraan in zijn ruime flat in het noorden van Moskou.

Oleg Ivanovsky, photo Kristina Sazonova

De rest van de wereld dacht er anders over, en reageerde op de technische prestatie met diepe verbazing, bewondering en later ook schrik. Voor het eerst was een raket krachtig genoeg gebleken om een object in een baan rond de aarde te brengen. Een aluminium bol van 58,5 centimeter doorsnee met vier meterslange spriet-achtige antennes, en een gewicht van 83,6 kilo had de zwaartekracht van de aarde ‘overwonnen’. Veel westerse waarnemers dachten dat de komma door een drukfout verschoven was, want de Verenigde Staten werkten aan satellieten rond de tien kilo.

Oleg Genrichovitsj Ivanovski (85) is één van laatste nog levende veteranen die vrijwel de hele begintijd van het Russische ruimtevaartprogramma van dichtbij meemaakten. Als piepjonge soldaat raakte hij zwaargewond in de oorlog, en zonder scholing kwam hij in 1947 als manusje-van-alles terecht bij OKB-1, het raketontwerpbureau van de raketpionier Sergei Koroljov, toen al legendarisch onder ingewijden als grofgebekt maar gerespecteerd managementgenie.

Die eerste Spoetnik trok vier maanden lang zijn baantjes op 250 kilometer boven de aarde. Aan de hemel viel ’s avonds met het blote oog een bewegend sterretje te zien, totdat de satelliet op 4 januari 1958 in de atmosfeer verbrandde. Drie weken lang, zolang de batterij het volhield, zond Spoetnik piepjes uit op de radiofrequenties 20,005 en 40,002 MHz. Iedere radio-amateur kon horen dat de Sovjetunie, tot dan toe bekend als een technologisch achterlijke communistische dictatuur, met hun raketten ieder deel van de wereld konden bereiken.

missile gap

De schok leidde in de Verenigde Staten tot felle kritiek op de Amerikaanse president Dwight Eisenhower. Was het niet de bedoeling geweest dat de VS, in het kader van het Internationale Geofysische Jaar 1957, de eerste satelliet zouden lanceren? Russische geleerden hadden hún satelliet wel aangekondigd, maar ze waren nauwelijks serieus genomen. Opeens werd de ‘missile gap’, de veronderstelde enorme achterstand in rakettechnologie, een gevleugelde uitdrukking. Als reactie werd frequentie van kernproeven dramatisch opgeschroefd. Plotseling was er volop aandacht en geld voor (bèta)wetenschap, techniek en onderwijs, en ruimtevaart.

Er zijn historici die vinden dat Spoetnik de directe aanleiding is geweest tot de ontwikkeling van micro-elektronica, computers en internet, en dus ook van de huidige Amerikaanse wetenschappelijke en technische dominantie. Hoe dan ook leidde de eerste kunstmaan tot de ruimterace, die twaalf jaar later uitmondde in een Amerikaanse maanlanding.

Overigens was Ivanovski lang niet de enige die dit alles niet aan zag komen. Ook de sovjetautoriteiten zagen aanvankelijk het belang niet van de Prosteishi Spoetnik (zeer eenvoudige satelliet) 1. De staatskrant Pravda van 5 oktober meldde het eerste ruimtevaartuig in een kort berichtje. Pas na de furore in het westen pakte Pravda uit met vele juichende (maar weinigzeggende) bladzijden over de nieuwste sovjettriomf. Ivanovski: “Toen dacht ik wel: verdorie, wat hebben we nou losgemaakt?”

Ivanovski was betrokken bij het Spoetnik-programma, daarna bij de eerste maan-, Mars- en Venus-sondes, en nog bij de eerste bemande ruimtevluchten, waaronder die van Joeri Gagarin in 1961. Later in de jaren zestig belandde hij bij het luchtvaart- en ruimtevaartbedrijf Lavotsjkin in Moskou, waar hij na zijn pensionering directeur van het bedrijfsmuseum werd. Onder het door de autoriteiten opgelegde pseudoniem Aleksei Ivanov publiceerde hij in de jaren zeventig de eerste, zwaar gecensureerde, boeken over de sovjetruimtevaart. Zijn recente memoires onder eigen naam zijn veel openhartiger.

In zijn appartement, vol zelfgeschilderde Russische landschapjes met berken en meren, is ook ruimte gereserveerd voor de ruimtevaart. Ivanovski wijst naar een paar boekenplankjes gevuld met foto’s, lintjes, modellen en “boeken door en over mij”.

De voormalig hoofdontwerper is een vriendelijke, praatgrage heer, die af en toe verrast met een diabolische imitatie of een sarcastische sneer. Bijvoorbeeld naar journalisten, die altijd maar azen op trivia, schandalen en geheimen, maar ook naar de militaire sovjetbureaucraten en hun geheimhoudingsobsessie.

Ivanovski: “In het voorjaar van 1957 vroeg Koroljov me – ik was inmiddels afgestudeerd als radiotechnicus – of ik niet wilde werken aan de eerste kunstmatige satelliet van de aarde, Spoetnik. Aanvankelijk had ik mijn twijfels. Het was allemaal onbekend voor mij. Maar Koroljov zei: ‘Wat denkt u? We gaan de ruimte in, naar de maan en de planeten. Denkt u dat ik daar wel ervaring mee heb?’ Toen heb ik maar ja gezegd.”

Koroljov, een vliegtuigingenieur die droomde van ruimtevaart, had al in de jaren dertig aan raketten gewerkt, maar was in 1938 gearresteerd en naar een Siberische Goelag-mijn gestuurd, met weinig hoop op overleven. De oorlog redde de opeens nuttig geworden ingenieur. Hij werd overgeplaatst naar een onderzoeksgevangenis op luchtvaartgebied. In 1945 leidde Koroljov de operatie om de restanten veilig te stellen van het Duitse raketprogramma. Onder leiding van Wernher von Braun hadden de nazi’s de eerste ballistische raketten V1 en V2 ontwikkeld, waarvan vooral V2 in Engeland schade had aangericht. Koroljovs R-1 (van ‘Raketa’, raket) was de Russische kopie van de V2, en ook de voorloper van de R-7 of ‘semjorka’ die de Spoetnik lanceerde. In gewijzigde vorm doet R-7 nog steeds dienst als ruimtevaartwerkpaard, onder de naam Sojoez.

Niet dat die raketten daarvoor oorspronkelijk waren bedoeld, zegt Ivanovski. “R-7 was de eerste intercontinentale ballistische raket, ontwikkeld als antwoord op de dreigingen en mogelijkheden van de Amerikanen om [kernwapens] op ons land te gooien.” R-7 was een kernraket, en OKB-1 was in de eerste plaats een militaire organisatie. Ruimtevaart was Koroljovs privé-idee. In 1956 had hij tijdens een presentatie de sovjetleider Nikita Chroesjtsjov persoonlijk overgehaald tot het steunen van zijn plan om een satelliet te lanceren. ‘Als de hoofdtaak er niet onder lijdt, doe het dan’, had Chroesjtsjov zuinig gezegd.

Pas in augustus 1957 lukte het Koroljov, na een reeks carrièrebedreigende explosieve mislukkingen, om de R-7 behouden te lanceren vanaf Europees Rusland, en op het schiereiland Kamtsjatka neer te laten komen. Het succes gaf Koroljov de langverwachte kans. De lancering van een al ontworpen satelliet, een kolos van 1300 kilo vol wetenschappelijke instrumenten met de naam Objekt-D, had Koroljov eerder dat jaar uitgesteld in de vrees dat de Amerikanen hem voor zouden zijn.

Oleg Ivanovsky, photo Kristina Sazonova

ventilator

De Spoetnik was een extreem simpel ontwerp, zegt Ivanovski, een hermetisch gesloten bol van een aluminiumlegering, met daarin een accu, een ventilator, temperatuur- en drukmeters, en twee radiozenders – met radiobuizen in plaats van transistoren. Aan de buitenkant zaten vier sprietvormige antennes van 2,4 en 2,9 meter. Ivanovski: “PS-1 was eenvoudig, maar alle vragen eromheen waren enorm, omdat we zo’n constructie voor het eerst maakten. Er waren problemen met het hermetisch afsluiten, en de temperatuurhuishouding was ook nieuw.” In het vacuüm buiten de dampkring kon PS-1 alleen warmte kwijtraken door straling, vandaar dat hij moest glimmen als een spiegel. Ivanovski: “En niemand kon zeggen: het moet want zo hebben we het al tien keer gedaan. We maakten ons vooral druk of hij, eenmaal in een baan om de aarde gebracht, ook echt zou werken, na alle trillingen en versnellingen van de lancering. En of hij het zou houden in vacuüm, onder zware straling en gewichtloosheid, omstandigheden die we op de grond niet helemaal konden nabootsen.”

De lancering was op 4 oktober 1957, om 22.28:34 uur, vanaf het Kazachstaanse lanceercomplex Tjoera-Tam (het latere Baikonoer). Het radiosignaal van de Spoetnik zou na ongeveer een uur op apparatuur in de lanceerbunker te horen moeten zijn, zodra de satelliet aan de westelijke horizon opdook, beschrijft Ivanovski in zijn memoires. “maar [collega] Slava Lappo had een gevoeligere ontvanger bij zich, dus iedereen keek naar hem (…) Opeens boog hij over de tafel, raakte de afstemknop aan, en ademde zwaar (…) Toen zette hij zijn koptelefoon recht, en zei verlegen en onzeker: ‘ik geloof dat dat hem is’, en na een paar seconden ‘het is hem! het is hem! zet de bandrecorders aan!’ ”

Spoetniks beroemde radiopiepjes waren niet betekenisloos, zegt Ivanovski, en de vaakgehoorde aantijging dat Spoetnik een onwetenschappelijke stunt was, bestrijdt hij. “In de lengte van de piepjes waren gegevens over temperatuur, druk en spanning in de satelliet gecodeerd. Onze wetenschappers hielden de voortplantingssnelheid van de signalen in de atmosfeer bij, en ook de omlooptijd van Spoetnik om de aarde. Die hangt af van de luchtdichtheid en dus de weerstand in de bovenste lagen van de atmosfeer. Misschien was het weinig, maar die gegevens zijn gebruikt door onze wetenschappers. Natuurlijk, de belangrijkste uitkomst was dat het kón: dat je met een raket een lichaam zo’n snelheid kon geven dat het in een baan om de aarde terechtkwam.”

“Overigens hebben we de wereld wel bedrogen. Het heldere lichtje aan de hemel dat veel mensen voor Spoetnik aanzagen, was eigenlijk de hoofdtrap van de raket, een joekel van zeven ton, maar dat moest geheim blijven. Spoetnik zelf kon je alleen zien met een goede kijker.”

Na hun aanvankelijke lauwe reactie realiseerden de sovjetautoriteiten zich de enorme propagandawaarde van de ruimtevaart. Chroesjtsjov ontbood Koroljov, en gaf opdracht tot nóg zo’n succes, en wel voor de veertigste verjaardag van de oktoberrevolutie, op 7 november. Een maand later. Ivanovski: “Dat was de Sovjettraditie van het feestgeschenk, die ook in de oorlog veel levens gekost heeft, als er als ‘cadeau’ een overwinning geëist werd. Wat moesten we doen? De eerste Spoetnik herhalen was zinloos, en Objekt D, die grote satelliet, was nog niet af. Om die te lanceren zou geen gewaagde stap meer geweest zijn, maar stupide, een misdaad.”

“We kwamen op het idee om iets samen te stellen uit wat we al hadden. We hadden een reserve-exemplaar van de oude Spoetnik, die had laten zien dat hij het deed. Gelukkig had Koroljov al eerder aan luchtvaartmedici gevraagd om te werken aan een hermetisch gesloten cabine waarin een hond gelanceerd kon worden. Verder bleek dat in Leningrad de natuurkundige Sergei Vernov een apparaat min of meer klaar had dat stralingsniveaus in de ruimte kon meten. Dat deden we er ook bij.” Voor het tijdmechanisme werd een klok uit de Pobjeda-autofabrieken gebruikt. “We werkten zonder bouwtekeningen, we gaven onze schetsen rechtstreeks aan de bankwerkers. Het waren geen achturige werkdagen.”

 
Oleg Ivanovsky, photo Kristina Sazonova

Laika

Op 3 november, vier dagen voor het jubileum, steeg Spoetnik-2 op, met aan boord het eerste levende wezen in de ruimte, het hondje Laika. Laika werd wereldberoemd, maar overleefde de lancering maar een paar uur. Ivanovski: “Ze stierf aan oververhitting, maar heeft de biologie veel gegeven. Of een dier langdurige gewichtloosheid zou doorstaan, wisten we niet. Maar aan de ontvangen gegevens konden we duidelijk zien dat ze na de lancering bewoog, en dat ze ook voer at.”

Ook de stralingsmeters leverden een ontdekking op, al ging de wetenschappelijke eer daarvoor uiteindelijk naar de Amerikaanse rivalen. Onverwacht waren er hoge stralingsniveaus te zien, maar door technische problemen waren niet alle gegevens bewaard gebleven. De natuurkundige Vernov en collega’s dachten aan een uitbarsting van zonne-activiteit, al was die op aardse metingen niet te zien.

Vanaf 31 januari 1958 deden de Amerikanen openlijk mee, toen de satelliet Explorer I succesvol was. Ook die mat de verhoogde stralingsniveaus. Nadat de Explorer III ze opnieuw had geregistreerd concludeerde de Amerikaanse natuurkundige James Van Allen halverwege 1958 dat de aarde omgeven wordt door zwembandvormige gordels van elektrisch geladen deeltjes, nu de Van Allen-gordels genoemd. Op de gegevens van Spoetnik III doken ze ook weer op. Ivanovski: “Helaas heeft Vernov niet op tijd goed naar die gegevens gekeken, of ze niet begrepen. Anders had de Van Allengordel nu de Vernovgordel geheten. Heel jammer.”

De ruimterace was nu in volle gang. Tot en met 1960 mislukten er negen Russische missies en slaagden er vijf, de Amerikanen haalden een score van vijftien mislukkingen tegen zes successen, waarvan sommige gedeeltelijk. In de jaren daarna worden de scores langzaam beter. De doelen waren de maan, Venus, Mars en de eerste communicatie- en spionagesatellieten. Maar na hondje Laika was duidelijk dat de eerste mens in de ruimte de hoofdprijs was.

Ook die primeur winnen de Russen, met de lancering van piloot-kosmonaut ‘nummer 1’ Joeri Gagarin. Oleg Ivanovski bracht hem naar het lanceerplatform, en sloot het luik van zijn ruimteschip Vostok. Maar even daarvóór gaf hij Gagarin een geheime cijfercode. “De medici waren bang dat hij zijn verstand zou verliezen, als hij in gewichtloosheid was en in totale isolatie”, vertelt Ivanovski. Hij wijst naar zijn hoofd. Bang dat een gekke Gagarin zonder reden zijn ruimteschip zou afremmen, bedong de medische leiding een veiligheidsslot op de bediening van het ruimteschip. Pas als Gagarin geestelijk in orde was gebleken, zou hem de code radiografisch toegezonden, en dan nog alleen voor noodgevallen.

Oleg Ivanovsky, photo Kristina SazonovaDe technici vonden het niks. Ze achtten de kans op een radiostoring veel groter dan de kans op een doorgedraaide kosmonaut. Het resultaat was een compromis: Gagarin moest de code uit een verzegelde envelop halen. Ivanovski: “Stel je voor. Als hij opeens moest besluiten met de hand te moeten sturen moest hij die envelop pakken, hem openmaken, het papiertje eruithalen, en dan pas uitvinden welke knoppen hij in moest drukken. Niet eerder.” Ivanovski besloot Gagarin op de lanceertoren de cijfers van tevoren te vertellen: 1-2-5. Ivanovski: “Gagarin lachte, en antwoordde dat hij die al van twee collega’s had gekregen.”

Gagarins vlucht is een van de laatste grote primeurs voor de Sovjet-Unie. Even erna belooft de Amerikaanse president John Kennedy een man op de maan te zetten ‘before this decade is out’, en geeft de nodige financiering en politieke steun. Ivanovski wordt, gedwongen, overgeplaatst naar een politieke functie in het Kremlin, en verliest het directe ingenieurswerk voor een paar jaar uit het oog.

Al snel na de dood van Koroljov in 1966, tijdens een mislukte buikoperatie, is duidelijk dat de maan voor de Russen te hoog gegrepen is, wegens technische, bestuurlijke en financiële achterstanden. Herhaaldelijk exploderen er raketten. In juli 1969, op het moment dat Apollo-11 met aan boord Buzz Aldrin, Neil Armstrong en Michael Collins de maan nadert, is er een onbemande Russische maanlander onderweg. De missie mislukt.

Ivanovski zal het niet ontkennen: de ruimterace, met al zijn haast, honger naar prestige en soms regelrecht gekkenwerk, heeft enorme hoeveelheden geld en energie gekost. En mensenlevens. “Maar toch”, grijnst hij, “welke sporter denkt nou niet aan records, als hij traint. De mens is nou eenmaal een wezen dat altijd nog iets meer wil weten, altijd iets nieuws wil scheppen, iets meer wil bereiken. En als je dat dan toch doet, dan toch graag als eerste, alstublieft.”

Bruno van Wayenburg

Met dank aan Joelia Kovaljova enTatiana Sjevtsova

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts